Stichting Khuska
Het zwarte goud

Het zwarte goud

Enkele decennia geleden begonnen enkele grote oliemaatschappijen met het boren naar olie en gas in de Southern Highlands Province en Gulf Province. Een lange pijpleiding werd aangelegd om de opgepompte ruwe olie te verplaatsen naar de oceaan om het vandaar over te pompen naar grote tankers. Een tweede pijpleiding voor gas werd zelfs helemaal aangelegd tot aan Port Moresby.

De oliemaatschappijen deelden hun winst met de overheid, maar ook met de stammen wiens land werd doorkruist met de pijpleidingen. Al gauw verdienden deze landeigenaren gigantische bergen geld, terwijl sommigen tot even daarvoor nog nooit met geld in aanraking waren gekomen. Zij waren volledig zelfvoorzienend en leefden van de jacht, landbouw en visserij. We horen hier verhalen van mensen die de controle over henzelf door deze plotselinge rijkdom volledig kwijt raakten. Zij raakten aan lager wal door alcoholmisbruik en verwaarloosden hun voormalige bestaan als jagers / verzamelaars. Vrijwel geen van de opbrengst voor de landeigenaren werd in de community gestoken voor opbouw van deze regio. De corrupte overheid heeft slechts minimaal getracht om met hun aandeel van de winstuitkering deze regio te ontwikkelen, en ook de oliemaatschappijen zelf ondersteunen de regio op marginale wijze.

Tegenwoordig zijn de hoeveelheden olie en gas die worden gewonnen niet meer zo groot als enkele decennia geleden, waardoor de winstuitkeringen minder exorbitant zijn dan voorheen, maar toch zijn er nog genoeg mensen die niet meer hoeven te werken voor hun bestaan. Daarnaast zijn er ook andere locals die leven van de opbrengsten van houtzagerijen die bomen van hun land kappen. Een nieuwe trend is het verkopen van krab en visbuiken aan Aziaten. De Aziaten betalen astronomisch hoge bedragen voor deze delicatessen en dus is het geen uitzondering om hier duizenden euros per maand te maken met de visserij.

Met deze mix aan inkomstenbronnen zou deze regio volgens onze verbeelding al snel kunnen uitgroeien tot een mooie, ontwikkelde plek met een goede infrastructuur en goede voorzieningen. Niets is minder waar en volgens sommigen is deze regio zelfs nog slechter af dan voor de komst van de oliemaatschappijen. Voorheen waren de mensen in deze regio nog in staat om volledig zelfvoorzienend te leven en was er de drang om te sparen en om te investeren in de komende generatie. Doordat de vorige generatie dat uit het oog is verloren, kent de huidige generatie deze manier van leven niet meer. Hun ouders hebben deze oorspronkelijke manier van leven die van generatie op generatie was doorgegeven plotsklaps opgegeven. De huidige generatie leert amper nog wat het is om te leven van de jacht of van de opbrengsten van een bush garden. Er is geen stimulans meer om naar school te gaan, want met deze inkomstenstroom lijkt een toekomst al veilig gesteld, ook zonder een diploma.

De oliemaatschappijen lijken zich hier weinig om te bekommeren en laten vooral zien dat een groot deel van de winst wordt gedeeld met de overheid en met de lokale community. Daarnaast vloeien er ook gelden via hun foundations naar de lokale community. Wat er vervolgens met hun winstuitkeringen en steun wordt gedaan, moet de inwoners zelf maar weten. Daar zijn ze zelf verantwoordelijk voor.

Sommige locals komen tot het besef dat deze nieuwe levenswijze misschien niet erg toekomstbestendig is nu de winstuitkeringen terug lopen. Anderen, wiens land niet wordt doorkruist door de pijpleidingen hebben nooit in deze periode van verstandsverbijstering geleefd. Zij zijn nog steeds genoodzaakt om op de oude wijze voort te leven. Dat alles maakt dat deze regio zich in een vreemde dynamiek verkeerd. Rijke, voormalig rijke en minder bedeelde mensen leven hier bijeen. Sommigen gebruiken hun inkomsten op een wijze manier en anderen verkwisten hun inkomsten. Sommigen verkeren nog steeds in de roes van hun gratis inkomsten, terwijl anderen tot het inzicht zijn gekomen dat deze oliepijpleiding misschien wel een vloek is. Bovendien kunnen arm en rijk zich hier veel minder onderscheiden in hun doen en laten dan in onze westerse samenleving, simpelweg omdat hier niets voorhanden is. Geld kan worden weggesluisd naar de lokale supermarkt om grote hoeveelheden alcohol, cola of andere versnaperingen in te slaan of men kan gaan joyriden op de rivier met overprijsde brandstof, maar daarna houdt het wel zo’n beetje op. De uitingen van rijkdom zijn hier bijzonder. We leven hier in een rare tijd.

Het is onwaarschijnlijk dat de oliemaatschappijen zich in de nabije toekomst zullen terug trekken. Daarvoor is de overheid teveel afhankelijk van hun winstuitkering van de olie- en gasindustrie. Het is dus te hopen dat de lokale community vooral tot het besef gaat komen dat met het geld van de oliemaatschappijen veel mooiere dingen gedaan kunnen worden, dan om het aan een alcohol of brandstof te besteden.

kapuna-in-ontwikkeling

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Translate »